waardij
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de waarde van iets uitgedrukt in geldDe dichter van Psalm 44 klaagt: „Gij verkoopt Uw volk om geen waardij” en: „Waak op, waarom zoudt Gij slapen, Heere!”Hoe dierbaar is niet de prijs, die de waardij van goud en zilver te boven gaat.
Etymologie
afleiding van waar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek