vuiligheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dat wat vuil isWat een vuiligheid was er in dat huis!
- poep.Kun jij die vuiligheid even verwijderen?
- een vuile, gemene uitingWaarom zegt die man zoveel vuiligheden over mensen?
- een gemene streek
Etymologie
*Afgeleid van vuil en .
Vertalingen
Engelsdirt, filth, dirt
Franssaleté, excréments, obscénités
DuitsSchmutz, Schmutz, Schweinerei
Spaanssuciedad, suciedad, obscenidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek