vroedvrouw

vrouwelijk (de)/ˈvrud.vrɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch, beroep (medisch) (beroep) een vrouw die een bevalling begeleidt

Etymologie

* Leenvertaling van Frans "sage-femme" , in de betekenis van ‘verloskundige’ voor het eerst aangetroffen in 1374.

Vertalingen

Engelsmidwife
Fransaccoucheuse, sage-femme
DuitsHebamme
Spaanscomadrona, partera, matrona
Italiaanslevatrice, ostetrica
Portugeesparteira
Russischакушерка, повитуха
Zweedsbarnmorska
Deensjordemor, jordemoder