vrille

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvrijə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. luchtvaart (luchtvaart) situatie waarin een vliegtuig in overtrokken toestand verkeert en bewegingen uitvoert om alle drie zijn assen. Met andere woorden: het vliegtuig stampt, rolt en giert

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tolvlucht’ voor het eerst aangetroffen in 1930

Vertalingen

Spaansentrar en barrena