vrijgevigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het graag en veel willen gevenDe vrijgevigheid van de oude man was alom bekend en gewaardeerd.Ik was overweldigd door hun vrijgevigheid en oprechte vriendelijkheid.
Etymologie
*afleiding van vrijgevig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek