vrijbiljet

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toegangsbewijs waarvoor men niet heeft hoeven te betalen
  2. reisbewijs waarvoor men niet heeft hoeven te betalen
    Dat ze een vrijbiljet voor een gedelegeerdenwagon hebben, is nog maar de helft van 't verhaal.
    De NMBS heeft beslist om aan de getroffen abonnees twee Leisure Passes aan te bieden, dat zijn vrijbiljetten voor eerste of tweede klasse in functie van de treinkaart. Aan de hand van deze biljetten kan de reiziger op het hele net een dag reizen.

Vertalingen

Engelstrip pass, free pass