vorstdag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dag met een minimumtemperatuur onder de 0,0 °C
    Het was een droge vorstdag aan het begin van november, met een kalme, loodgrijze hemel en sporadische, bijna te tellen sneeuwvlokken die lang en ontwijkend rondtolden alvorens op de grond neer te vallen en daarna als grijs, donzig stof de gaten in het wegdek te vullen.
    De eerste landelijke vorstdag vindt plaats als er in De Bilt vorst wordt gemeten. Normaal gesproken is dat gemiddeld op 3 november.

Vertalingen

Engelsfrost day