vormloosheid
vrouwelijk (de)/ˌvɔrᵊmˈloshɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vormloos zijnDe vormloosheid van de jurk verhulde dat het meisje zwanger was.
Etymologie
* afgeleid van vormloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afgeleid van vormloos