voorvertrek

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ruimte in een gebouw dat gelegen is voor een belangrijker vertrek
    Hoewel hij met pensioen was en nu geen invloed meer had in staatszaken, achtte iedere hoge ambtenaar van het gouvernement waarin het landgoed van de vorst lag, het zijn plicht zijn opwachting bij hem te maken, en dus wachtte hij, net als de architect, de tuinman of freule Marja, in het hoge voorvertrek tot de vorst op het afgesproken tijdstip verscheen.

Vertalingen

Engelsfront room, hall