voorvechtster

vrouwelijk (de)/ˈvorvɛx(t)stər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die ergens een voorstander van is en zich daarvoor actief inzet
    Aletta Jacobs was in 1870 de eerste Nederlandse vrouw werd toegelaten aan de HBS. Ze werd de eerste vrouwelijke arts in Nederland en bovendien voorvechtster van vrouwenemancipatie.

Etymologie

*afgeleid van "voorvechter"