voorspel

onzijdig (het)/ˈvorspɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorbereidende inleiding op een geschiedenis, verhaal, toneel- of muziekstuk
    Het ingetogen voorspel tot de derde akte.
  2. muziek (muziek) complete of gedeeltelijke uitvoering van een muziekstuk ter beoordeling
    Een vast onderdeel van het toelatingsexamen is een voorspel.
  3. seksualiteit (seksualiteit) liefdesspel als opmaat voor seks

Etymologie

*: "voorspellen" zonder de uitgang -en

Vertalingen

Engelsprelude, prologue, audition
Fransprélude, préambule, audition
DuitsVorspiel, Probespiel, Audition
Spaanspreludio