voorschip
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorste deel van een schipNadat het schip in tweeën brak, zonk het voorschip met de daarop verzamelde schipbreukelingen. Door het grote aantal slachtoffers, 129 passagiers en bemanningsleden, ging deze ramp de geschiedenisboeken in als de grootste scheepsramp bij Hoek van Holland. Nieuw was de massa ramptoeristen die op de reddingspogingen en, erna, op het wrak af kwam. Reformatorisch Dagblad Dick den Braber 22-08-2014 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/peperdure-nieuwe-waterweg-werd-bijna-een-fiasco-1.410986 Peperdure Nieuwe Waterweg werd bijna een fiasco]Inwendig overtuigt de Azuree 41 met in het voorschip een luxe eigenaarshut met veel kastruimte en een diagonaal geplaatste douche. De beide hutten in het achterschip zijn identiek, eentje heeft een natte cel. De salon voorziet in een in lengterichting geplaatste kombuis met alle voorzieningen die nodig zijn voor langer verblijf. De Telegraaf ALFRED BOER 30 aug. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1362716/fijne-mijlenmaker Fijne mijlenmaker]Vlak voor ze werden aangevaren hoorde de dochter vanuit het voorschip van de Bolero haar moeder aan haar vader vragen: „Markus, heb je dat schip niet gezien?” Ze stond op, zag het grote zwarte schip naderen, groen water golfde over de reling. De boot kantelde. Een klap volgde. De Telegraaf SOPHIE KLUIVERS 27 okt. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1369438/schipper-voor-rechter-om-tragisch-scheepsongeval Schipper voor rechter om tragisch scheepsongeval]
Vertalingen
Engelsprow, bow, fore-part of a ship
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek