voornaam

/ˈvornam/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. naam die bij de geboorte aan een persoon wordt gegeven, en die aan de familienaam voorafgaat.

Etymologie

* In de betekenis van ‘aanzienlijk’ voor het eerst aangetroffen in 1556

Vertalingen

Engelsfirst name, given name, forename
Fransprénom, éminent
DuitsVorname
Spaansnombre propio, nombre de pila, ilustre
Italiaansnome, nome proprio
Portugeesprenome
Turksön ad, ilk ad, küçük ad
Zweedsförnamn
Deensfornavn