voorhuid
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvorhœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) de voorste plooi aan huid van de penis
- (anatomie) van de clitoris (clitorishoed)
- omhulsel of vlies bij planten
Etymologie
* als leenvertaling van "Vorhaut", in de betekenis van ‘huidplooi die de eikel bedekt’ aangetroffen vanaf 1526
Vertalingen
Engelsforeskin, prepuce
Fransprépuce
DuitsVorhaut
Spaansprepucio
Italiaansprepuzio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek