voorhuid

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvorhœyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) de voorste plooi aan huid van de penis
  2. anatomie (anatomie) van de clitoris (clitorishoed)
  3. omhulsel of vlies bij planten

Etymologie

* als leenvertaling van "Vorhaut", in de betekenis van ‘huidplooi die de eikel bedekt’ aangetroffen vanaf 1526

Vertalingen

Engelsforeskin, prepuce
Fransprépuce
DuitsVorhaut
Spaansprepucio
Italiaansprepuzio