vont
mannelijk/vrouwelijk (de)/vɔnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) bekken (op voetstuk), bestemd voor het gewijde doopwater, doopvont
Etymologie
* Ontleend aan middeleeuws (kerkelijk) Latijn "fons" “bron”.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek