vonk

mannelijk/vrouwelijk (de)/vɔŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein rondvliegend gloeiend korreltje of brokstukje
    Hij rakelde het vuur op en de vonken vlogen in het rond.
  2. natuurkunde (natuurkunde) een vurige elektrische ontlading die de lucht ioniseert
    De isolatie was doorgesleten en er sprong een vonk over.
  3. scheepvaart, verouderd (scheepvaart), (verouderd) oude bijnaam voor een radiotelegrafist
    De vonk heeft zijn bijnaam te danken aan z'n werk met de antieke "vonkenzenders.".

Etymologie

* In de betekenis van ‘vuursprank’ voor het eerst aangetroffen in 1348

Uitdrukkingen

  • een overslaande vonkeen emotie die ineens ook bij anderen ontvlamt
  • de vonken slaan/vliegen ervanafgezegd van iemand die keihard aan het werk is

Vertalingen

Engelsspark, sparks
Fransétincelle
DuitsFunke, Funker
Spaanschispa
Poolsiskra
Zweedsgnista