vonk
mannelijk/vrouwelijk (de)/vɔŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klein rondvliegend gloeiend korreltje of brokstukjeHij rakelde het vuur op en de vonken vlogen in het rond.
- (natuurkunde) een vurige elektrische ontlading die de lucht ioniseertDe isolatie was doorgesleten en er sprong een vonk over.
- (scheepvaart), (verouderd) oude bijnaam voor een radiotelegrafistDe vonk heeft zijn bijnaam te danken aan z'n werk met de antieke "vonkenzenders.".
Etymologie
* In de betekenis van ‘vuursprank’ voor het eerst aangetroffen in 1348
Uitdrukkingen
- een overslaande vonk — een emotie die ineens ook bij anderen ontvlamt
- de vonken slaan/vliegen ervanaf — gezegd van iemand die keihard aan het werk is
Vertalingen
Engelsspark, sparks
Fransétincelle
DuitsFunke, Funker
Spaanschispa
Poolsiskra
Zweedsgnista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek