volte

vrouwelijk (de)/ˈvɔltə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de omstandigheid dat iets, een ruimte gevuld is; het vol zijn met iets. Vooral met de gedachte aan een teveel
  2. wending
  3. cirkel, beschreven door paard en ruiter
  4. zwenking om een slag tijdens het schermen te ontwijken

Etymologie

*afgeleid van vol (1)

Vertalingen

Spaanscompás