volstoppen
/ˈvɔlstɔpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) helemaal vullen (met voedsel e.d.)
Etymologie
* Ontleend aan Duits "vollstopfen", aangetroffen vanaf de 19e eeuw.
Vertalingen
Engelsstuff, clog
Fransempiffrer
Duitsvollstopfen
Spaansatestar, obturar, tapar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek