volkstuin
onzijdig (het)/ˈvɔlks.tœʏn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) stadspark, speeltuin
- een grondstuk dat het lokale stadsbestuur (of een charitatieve instelling) aan particuliere burgers verhuurt om groente en fruit te kweken
Etymologie
* [2] In de huidige betekenis van een “moestuin beschikbaar gesteld aan stadsbewoners”, (grootschalig) ingevoerd begin 20e eeuw naar het voorbeeld van de Ligue française du coin de terre et du foyer opgericht door de Franse socioloog en abt [https://nl.wikipedia.org/wiki/Jules_Auguste_Lemire Jules-Auguste Lemire] in 1897, voor een vindplaats zie hieronder.
Vertalingen
Engelsallotment, community garden
Fransjardin familial
DuitsKleingarten, Schrebergarten, Familiengarten
Russischдача
Zweedskoloniträdgård
Deenskolonihave
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek