volksgeneeskunde
vrouwelijk (de)/ˈvɔlᵊksxəˌneskʏndə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bestrijding van ziekteverschijnselen met traditionele hulpmiddelen door mensen zonder geneeskundige opleidingIn de volksgeneeskunde werden er al bijzondere, heilzame eigenschappen aan frambozen toegekend; en als de vrucht al niet helpt, dan toch thee van het blad tegen eczeem, ooginfecties, hooikoorts en pijnen bij de bevalling, mits de kraamvrouw niet al te gespierd is.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek