voile

mannelijk (de)/ˈvwalə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel (hoofddeksel) korte wijdmazige, van een dameshoed afhangende, sluier
    Terwijl zij met een vermoeid gebaar een kam uit haar handtasje tevoorschijn haalde, sprak zij: ,,Complimenten van mgn man, meneer Heymans, en of u voor mij maar iets koketterigs met een voile wilt maken, want achter zo'n voile verborgen lijkt mijn gezicht nog heel wat beweert hij, omdat dan de rimpels niet zo opvallen. Wat vindt u daarvan; ikzelf zou er uren lang om kunnen huilen want wat is het toch erg om oud te worden."
zelfstandig naamwoord
  1. textiel (textiel) weefsel van fijne stof in effenbinding, dat door wijde mazen wat doorzichtig is
    Ook het „alternatieve" gordijn is er gekomen. Grove materialen, zgn. „open weave" in paars, bruin, oranje, beige en groen wijzen erop, dat niet de vitrage aan het verdwijnen is, maar het overgordijn. Daarnaast blijkt voile in België en Frankrijk van oudsher populair — de laatste vijf jaar ook in ons land gretig aftrek te vinden.

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘sluier’ aangetroffen vanaf 1689

Vertalingen

Spaansvelo