vogelgezang

onzijdig (het)/ˈvoɣəɫɣəˌzɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zingen van vogels
    Het vogelgezang klonk door het bos.
    De verschillende klanken van het vogelgezang, het constante gezoem van de krekels en het hoge ruisen van de wind in de boomtoppen.