voetspoor

onzijdig (het)/ˈvutspor/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spoor of reeks van sporen dat een voet nalaat
    ‘Ik ga wel eerst,’ zei Claude rustig terwijl hij stapje voor stapje in het door eerdere hikers gemaakte voetspoor naar de overkant liep.

Vertalingen

Engelstrace, track
Spaanshuella, traza, vestigio