voetspoor
onzijdig (het)/ˈvutspor/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- spoor of reeks van sporen dat een voet nalaat‘Ik ga wel eerst,’ zei Claude rustig terwijl hij stapje voor stapje in het door eerdere hikers gemaakte voetspoor naar de overkant liep.
Vertalingen
Engelstrace, track
Spaanshuella, traza, vestigio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek