voetplaat

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaat waarop men de voet kan laten rusten
  2. plaat waarop een toestel op de grond kan rusten
    Ze waren net bezig om de voetplaat op de grond te fixeren, toen op de Unterleutner Landstrage het geronk van de MG klonk.