voetplaat
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plaat waarop men de voet kan laten rusten
- plaat waarop een toestel op de grond kan rustenZe waren net bezig om de voetplaat op de grond te fixeren, toen op de Unterleutner Landstrage het geronk van de MG klonk.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek