voetgangerstunnel

mannelijk (de)/ˈvutxɑŋərsˌtʏnəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onderdoorgang alleen voor voetgangers
    De twee fietsende studenten in de voetgangerstunnel hadden meerdere van de verdachten tenslotte van dichtbij gezien.
    Vuurwerkvandalen hebben in Vught grote schade aangericht aan het treinstation. Vooral de voetgangerstunnel is een ravage, met gesneuvelde reclamevensters en tl-buizen die aan stukken op de grond liggen. Ook is een kaartjesautomaat vernield.