voetballen
/ˈvudbɑlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg), (voetbal) een balspel waarbij de bal alleen met de voet en het hoofd, maar niet met de hand gespeeld mag wordenZij gaan elke middag voetballen op het veldje op de hoek.Met mijn zoon ging ik vaak wildkamperen in een weiland en koken op een houtvuurtje. Een middagje poolen in de stad of voetballen was vaste prik.
Etymologie
*Afgeleid van voetbal of
Vertalingen
Engelsplay soccer, play football
Fransjouer au football, faire du football, jouer au foot
DuitsFußball spielen
Spaansjugar fútbol
Poolsgrać w piłkę nożną, grać w piłkę
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek