voelhoorn

mannelijk (de)/ˈvulhorᵊn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitstulpingen op het hoofd waarmee een organisme (zoals een slak) de omgeving kan aftasten
    Naaktslakken stammen af van huisjesdragende voorouders, vertelt De Winter. Het ‘zadel’ of schild achter de voelhoorns is de mantel, het overblijfsel van het huisje. Sommige slakken hebben hun huis maar half verlaten en dragen nog een klein uitwendig schelpje: halfnaaktslakken. NRC Lucas Brouwers 25 september 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/25/is-er-dit-jaar-een-explosie-van-naaktslakken-4453908-a1523258 Is er dit jaar een explosie van naaktslakken?]
  2. op een gevoelsmatige wijze goed geïnformeerd zijn
    Fractievoorzitter Edwin Hinloopen noemde het raadslid in een reactie „een steengoed politicus, met een uitstekende dossierkennis, altijd goed voorbereid en met veel voelhoorns in de samenleving”. Hinloopen betuigt zijn medeleven aan de familie van Smits Alvarez. De fractievoorzitter sprak van „een enorm verlies”. De Telegraaf 22 okt. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1043290/dood-van-raadslid-schokt-pvd-a-amersfoort Dood van raadslid schokt PvdA Amersfoort]
    Smit zegt dat hij de VVD-leden nodig heeft als hij voorzitter wordt. „Er zit kennis bij de leden, ze hebben maatschappelijke voelhoorns. Je kunt niet in je eentje voorzitter zijn. Ik heb hulp van iedereen nodig. Juist daarom wil ik een ledenraadpleging. En zonder doe ik het niet. Het is de dood of de gladiolen.” De Telegraaf 09 jun. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/960377/geen-ledenverkiezing-dan-geen-voorzitter 'Geen ledenverkiezing? Dan geen voorzitter']