voelen

/ˈvulə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) gewaarworden door aanraking, meestal met betrekking tot temperatuur of druk
    Ik voelde dat de bal hard tegen mijn achterhoofd aanvloog.
    Terwijl ik goedkeurend met mijn vinger langs de vergulde lambrisering streek, de dikte voelde van de stof van de zware, oker overgordijnen en de stoel wegschoof om de openslaande deuren te openen naar het terras, dat uitzicht bood op de rozentuin, of wat daarvan over was, en de vijver met de defecte fontein, bedacht ik dat ik nog tijd genoeg zou hebben om deze kamer en detail te beschrijven.
  2. gewaarworden met de geest
    Het voelde bijna alsof er een diepere betekenis achter zat.
  3. refl (refl) zich ~ een bepaald gevoel hebben
    Hij voelde zich niet erg behaaglijk.
    Ik voelde me klein en uiterst kwetsbaar.
    Langzamerhand kwam ik in een gestage cadans en ik begon me steeds meer op mijn gemak te voelen in deze omgeving.

Etymologie

* In de betekenis van ‘via tastzin gewaarworden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350

Uitdrukkingen

  • Ergens belangstelling of gevoel voor hebben.

Vertalingen

Engelsfeel, sense
Franssentir
Duitsanfühlen, empfinden
Spaanssentir, percibir
Poolsczuć