vochtigheid
vrouwelijk (de)/ˈvɔxtəxˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate van vocht
Etymologie
*Afgeleid van vochtig .
Vertalingen
Engelsmoisture
Franshumidité
DuitsFeuchtigkeit
Spaanshumedad
Italiaansumidità
Zweedsfuktighet
Deensfugtighed
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek