vluchtigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat weinig diepgang heeft; iets dat maar een korte tijd duurtEn dat die gedachten, gissingen en gelijkenissen niet op papier belanden maar in heel hun terloopse vluchtigheid vergeten worden, is geen verlies, maar winst.Het laatste dat Nimoy zelf op het account publiceerde, was een overdenking over de vluchtigheid van het leven.Sneren over linkse hobby’s werden niet geuit in het Parijs van toen. Het was revolutie, rage en business tegelijk. De kunstvorm werd democratisch genoemd, maar kende ook klassenonderscheid. De makers speelden daar behendig op in, samen met critici, handelaars en verzamelaars die voorkwamen dat het in vluchtigheid verging.
Etymologie
* afleiding van vluchtig
Vertalingen
Engelstransitoriness, superficiality, volatility
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek