vlok
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een samenhangend hoopje van sneeuw of andere lichte stofHet sneeuwde met vele vlokken tegelijk.
Etymologie
* Uit het Middelnederlands vloc en vlocke, uit het Middelnederduits vlocke, uit het Germaans.
Vertalingen
Engelsflake
Fransflocon
DuitsFlocke
Spaanscopo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek