vlo
mannelijk/vrouwelijk (de)/vlo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) benaming voor insecten uit de orde , vleugelloze bloedzuigende huidparasietenDe vlo raakt besmet met de bacterie na een bloedmaaltijd bij een besmet knaagdier.
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "vlo" van Oudnederlands "flo", als toenaam aangetroffen vanaf 1147 en in de betekenis van ‘insect’ vanaf 1287
Uitdrukkingen
- Wie bij de hond slaapt, krijgt zijn vlooien — Wie met een slecht iemand omgaat, gaat zijn gedrag overnemen.
Vertalingen
Engelsflea
Franspuce
DuitsFloh
Spaanspulga
Italiaanspulce
Portugeespulga
Russischблоха
Poolspchła
Zweedsloppa
Deensloppe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek