vliegenzwam
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvliɣə(n)ˌzwɑm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steeltjeszwammen) bepaald soort giftige paddenstoel, , met een rode hoed met witte stippenIn Siberië gebruiken sjamanen vliegenzwam om in vervoering te raken.
Etymologie
*, omdat ze gekookt in melk een huismiddeltje tegen vliegen vormt, vergelijk "Fliegenpilz"; in de betekenis van ‘giftige paddestoel’ voor het eerst aangetroffen in 1848
Vertalingen
Engelsfly agaric
Fransamanite tue-mouches
DuitsFliegenpilz
Spaansfalsa oronja, matamoscas
Portugeesagário-das-moscas, mata-moscas
Russischкрасный мухомор
Chinees毒蠅傘
Japansベニテングタケ
Turkssinek mantarı
Poolsmuchomor czerwony
Zweedsröd flugsvamp
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek