vleeshaak

mannelijk (de)/ˈvleshak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. haak waaraan (gedeelten van) geslachte dieren hangen bij een slagerij
    Dat het hier om vlees gaat, daar kan geen twijfel over bestaan. Naast de voordeur zit de ‘slagerij’: een grote glazen klimaatkamer waar kwart koeien aan vleeshaken hangen. Beneden bevindt zich de The Roast Bar, een brasserie met simpeler gerechten. Het restaurant op de eerste verdieping is een grote glazen zaal met uitzicht naar drie kanten. Het ziet er gelikt uit, donkerblauw plafond, gebrokenwitte tegeltjes, koperkleurige verlichting en lange rijen keurig gerangschikte tafeltjes ingedekt met wit linnen. NRC Joël Broekaert 9 april 2016
  2. gebroken draad in staalkabel
    Prikkeldraad is een staalkabel met veel vleeshaken.