vlammenwerper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) wapen dat een vlam spuit
    Als de Slag om Okinawa eind maart 1945 losbarst, moet Doss zich dus bewijzen. Een beetje zoals Gibson zelf, die na dronken, racistische tirades en labiel gedrag zo’n tien jaar persona non grata was in Hollywood. Gibson toont die meedogenloze slag onverbloemd, met fluitende kogels, bulderend mortiervuur, helse vlammenwerpers en vlijmscherpe bajonetten. Ledematen vliegen in het rond, lichamen worden opengereten en de vijand blijft maar uit de verborgen bunkers en tunnels komen. NRC André Waardenburg 1 november 2016

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘wapen dat een vlam spuit’ voor het eerst aangetroffen in 1917