viszaak
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (handel) winkel waar men vis verkoopt„Doordeweeks keihard werken en in het weekend uit hun dak in de kroeg. Net als andere Urkers. Niets bijzonders”, zegt een medewerkster van een viszaak maandag in het dorp.de Telegraaf MICK VAN WELY13 mrt. 2018 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1783385/urkers-spil-in-drugsonderzoek Urkers spil in drugsonderzoek]Twee agenten zijn dinsdag een viszaak in Oldenzaal binnengevallen vanwege een goudvis die volgens de dienders veel te weinig leefruimte had. „Ik kan er met mijn hoofd niet bij dat agenten hiervoor op pad worden gestuurd.”de Telegraaf 13 dec. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1428998/agenten-vallen-viszaak-binnen-om-zielige-goudvis Agenten vallen viszaak binnen om ’zielige’ goudvis]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek