vissersring
mannelijk (de)/ˈvɪsərsˌrɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) zegelring gedragen door de paus, met een afbeelding van de apostel Petrus in een boot, terwijl die een visnet ophaalt
Etymologie
*, waarin "visser" verwijst naar de uitdrukking "visser van mensen" in de Bijbel, Matteüs [https://www.statenvertaling.net/bijbel/matt/4.html#19 4:19]
Vertalingen
Spaansanillo del Pescador, Pescatorio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek