visserspink

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeilboot voor vissers
    In het holst van de nacht vluchtte stadhouder Willem V per visserspink naar Engeland.
    Hij heeft veel geleerd, sinds hij achttien jaar geleden met zijn vader in een visserspink naar Engeland moest vluchten, hij kent de ondank en de onbetrouwbaarheid van hen die zich de dienaars en de vrienden van zijn Huis noemden en vergeten heeft hij niets.