vismaaltijd

mannelijk (de)/ˈvɪsmaltɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoeveelheid bereid vlees van zeedieren als voeding voor minstens enkele uren
    De vismaaltijd met garnalenkroketjes en een grote moot verse kabeljauw met toebehoren zal ook deze keer worden verzorgd door Kroon Vis en worden uitgeserveerd door de Wapenzangers die tevens de muzikale omlijsting verzorgen.
  2. gelegenheid waarbij een hoeveelheid bereid vlees van zeedieren als voeding voor minstens enkele uren wordt gegeten
    Een Van Heeden was ook te gast bij de vismaaltijd waarop Six zijn vriend Manuel Spranger uitnodigde (…).