visioen
onzijdig (het)/ˌviziˈjun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een droombeeld
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘innerlijk gezicht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Vertalingen
Engelsvision
DuitsVision, Erscheinung
Spaansvisión
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek