vin
mannelijk/vrouwelijk (de)/vɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitstekend lichaamsdeel van vissen en andere aquatische dieren die zij gebruiken voor de voortbewegingEen vis heeft zowel gepaarde als ongepaarde vinnen.
- (sport) een zwemvin, gebruikt bij het snorkelen en duiken, onderdeel van een snorkeluitrusting en duikuitrusting
- (sport) klein zwaard [3], soms meerdere, onder een kite- of surfboard
Etymologie
*Afkomstig van het Middelnederlandse woord vinne
Uitdrukkingen
- Geen vin verroeren — Geen enkele beweging maken, zich volledig stilhouden
Vertalingen
Engelsfin
Fransnageoire
DuitsFinne, Flosse
Spaansaleta, aleta natatoria
Russischплавник, ласт
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek