vijg
mannelijk/vrouwelijk (de)/vɛix/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fruit) peervormige, zoete vrucht met eetbare zaden van de vijgenboom
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort boom,
Etymologie
*(m): (verkorting) van "vijgenboom"
Vertalingen
Engelsfig
Fransfigue
DuitsFeige
Spaanshigo, brevo
Italiaansfico
Portugeesfigo
Turksincir
Poolsdaktyl
Deensfigen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek