vijftien

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvɛiftin/

Betekenis

telwoord
  1. "15", het getal tussen veertien en zestien, tien plus vijf
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen vijftien euro en zevenendertig cent.
    In eerdere kabinetten was ze onder meer minister van Transport (2017-2020) en Arbeid (2020-2022). Als transportminister voerde Borne onder veel protest hervormingen door bij de Franse spoorwegen. In haar tijd als minister van Arbeid daalde de werkloosheid in Frankrijk naar het laagste punt in vijftien jaar.
    Die jurk, van robijnkleurig damast, is gemaakt toen ze vijftien was en heeft volgens haar inmiddels te korte mouwen.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    Het juiste antwoord op opgave vijftien is "42".
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 15 is aangeduid
    Het is weer de vijftien die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
    Haar zestiende verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de vijftien eenmaal voorbij was.
  2. groep van 15 eenheden
    De vijftien zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.

Etymologie

*van Middelnederlands "vijftien", als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1237,

Vertalingen

Engelsfifteen
Fransquinze
Duitsfünfzehn
Spaansquince
Italiaansquindici
Portugeesquinze
Russischпятнадцать
Chinees十五
Japans十五
Koreaans열다섯
Arabischخمسة عشر
Turkson beş
Poolspiętnaście
Zweedsfemton
Deensfemten