vibreren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) trillen, in staat van trilling verkeren
    De snaar vibreerde nog totdat de speler hem dempte.
  2. inerg (inerg) met vibrato spelen of zingen
  3. ov (ov) doen trillen of trillend bewerken

Etymologie

*afgeleid van het Franse vibrer ()

Vertalingen

Engelsvibrate
Fransvibrer
Spaansvibrar