viaduct
/ˈvijaˌdʏkt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verkeersbrug met daarop een weg die over iets heen voert.
Etymologie
* Van het Latijnse via (weg) en ducere (voltooid deelwoord: ductum; leiden) ()
Vertalingen
Spaansviaducto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek