vetplant

mannelijk/vrouwelijk (de)/'vɛtplɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een plant die water opslaat in een deel van zijn lichaam en daardoor lang kan overleven in een droog klimaat
    Het huis ademt de sfeer van de jaren vijftig en zestig. Vitrages voor de ramen, vetplanten op de vensterbank, een houten piano. Een vierkante televisie naast een grote kast vol ooit gelezen boeken, nu rustend in vergeelde banden. In de gang, naast de rollator, nette stapeltjes oude kranten en tijdschriften.de Telegraaf MARJOLEIN SCHIPPER 13 feb. 2016
    Ook de flora en fauna zijn uniek. Tafelbergen vormen ecologische eilanden met soorten die veelal nergens anders voorkomen. „Kijk, deze soort is 400.000 jaar oud”, wijst Gabriel naar een vetplant. Verderop staat een bosje insektenetend groen. De scherpe indiaan ontwaart ook een zeldzaam zwart oerpadje dat niet springt maar kruipt.de Telegraaf KIERAN KAAL 22 sep. 2015

Vertalingen

Engelssucculent plant