vestingstad

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een met vestingwerken verdedigde stad; een stad die een vesting is
    Kazimir nam Siegfried von Eschl mee naar Kasteel Gorka en stuurde Pawel naar Duitsland om een losgeld te regelen, en in de vestingstad Eschl op de rechteroever van de Rijn spoorde Pawel leden van de welgestelde familie op, die gaarne bereid waren hun moedige neef vrij te kopen uit handen van de heidenen.
    Hij vertelt hoe hij bij zijn vaders dood naar zee is gegaan en in de Engelse oorlog is geweest; van de twee jaar in de vestingstad Gorcum vertelt hij en hoe hij vergeefs heeft gehoopt op een oorlog met Oostenrijk of een glansrijke veldtocht in een ver land, die hem roem en eer had kunnen brengen.