verzwakking

vrouwelijk (de)/vərˈzwɑkɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verlies van kracht, vermindering van intensiteit, proces van zwakker worden
    Zes dagen later toont die opstand nog geen tekenen van verzwakking, ook niet nadat premier Saad Hariri maandag een reeks maatregelen aankondigde.
    De Amerikaanse dollar daalt ten aanzien van de euro, van 1,06 dollar per euro in maart vorig jaar naar 1,22 dollar nu. Dat is een verzwakking van 15 procent en brengt de dollar naar zijn laagste eurokoers in bijna drie jaar.
    Een aorta met een zwakke plek (aneurysma) is levensbedreigend als het aneurysma barst. (…) Niemand kent de oorzaak van zo'n plaatselijke verzwakking in de wand van de aorta.
  2. ingreep om kracht of intensiteit te verminderen, handeling om zwakker te maken
    De VS (…) lijken hun doel naar beneden bijgesteld te hebben tot een strategie van ‘verzwakking’: niet met grondsoldaten, maar met zo’n 800 special forces en drones zorgen dat de terroristen niet te brutaal worden en te ver opdringen.
    Met deze lokale verzwakkingen kan een grotere scheur voorgevormd worden, ongeveer zoals kleuters met een prikpen in karton prikken.

Etymologie

* "verzwakken"