verzouten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zouter of te zout worden
    Door de grote droogte verzoutte de rivier bij de monding allengs.
  2. ov (ov) zouter of te zout maken
    Er werd aanvankelijk zo goed en zo kwaad mogelijk samengewerkt, maar het werd een geval van te veel koks die de brij verzoutten.

Etymologie

*afgeleid van zouten