verzoenen

Betekenis

werkwoord
  1. vrede laten sluiten
    Hij slaagde er in de twee kampen te verzoenen.

Etymologie

*Afgeleid van zoenen

Vertalingen

Engelsreconcile
Fransréconcilier
Duitsversöhnen, aussöhnen
Spaansreconciliar, conciliar, avenir